ECLI:NL:CRVB:2015:1848
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering ondanks fysieke en psychische beperkingen
Appellante, voormalig medewerker klantenservice, vroeg een WIA-uitkering aan wegens psychische en fysieke klachten. Het UWV stelde op basis van verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en wees de uitkering af. De rechtbank vernietigde het besluit deels omdat het UWV een onjuiste maatmanfunctie hanteerde, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand.
In hoger beroep betoogde appellante dat onvoldoende rekening was gehouden met haar beperkingen, onderbouwd met medische rapporten. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep de beperkingen adequaat had vastgesteld en dat de arbeidsdeskundige had gemotiveerd dat appellante de geduide functies kon verrichten.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de aangevallen uitspraak. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De beslissing werd op 1 mei 2015 uitgesproken door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat het UWV voldoende rekening heeft gehouden met de beperkingen van appellante.