ECLI:NL:CRVB:2015:1836
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buitenlandbijdrage pensioen op grond van Zvw en EU-verordeningen
Appellant, woonachtig in Spanje, ontving in 2011 een pensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW). Het Zorginstituut Nederland stelde op grond van artikel 69 van Pro de Zorgverzekeringswet (Zvw) een buitenlandbijdrage vast over 2011, welke appellant betwistte.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad overwoog dat de intrekking van Verordening (EEG) nr. 1408/71 en vervanging door Verordening (EG) nr. 883/2004 het belang van het arrest Van Delft van het Hof van Justitie van de EU onverlet laat. Dit arrest bepaalt dat sociaal verzekerden die onder de objectieve situatie van artikel 28 Vo Pro 1408/71 vallen, zich niet kunnen onttrekken aan de werking van die bepaling door zich niet in te schrijven bij het bevoegde orgaan van het woonland.
De Raad oordeelde dat Nederland als pensioenland verantwoordelijk blijft voor de zorgkosten in het woonland en daarom een bijdrage mag inhouden op het pensioen. Het niet-inschrijven bij het bevoegde orgaan van het woonland leidt niet tot het vervallen van deze verplichting. Daarnaast is het niet mogelijk voor de appellant om zelf een ziektekostenverzekeraar te kiezen, hetgeen niet in strijd is met Europese regelgeving. De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de buitenlandbijdrage op het pensioen wordt bevestigd.