ECLI:NL:CRVB:2015:1772
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant was werkzaam als [naam functie] en ontving sinds 1 december 2008 een WW-uitkering. Vanaf 10 mei 2010 meldde hij zich ziek vanwege rug- en psychische klachten, waarna hij ziekengeld ontving. Het UWV stelde bij besluit van 5 april 2012 vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en daarom geen recht had op een WIA-uitkering. Dit besluit werd bij bezwaar en beroep gehandhaafd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de medische onderzoeken door verzekeringsartsen zorgvuldig waren uitgevoerd en dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) correct waren vastgesteld. Appellant voerde in hoger beroep aan dat niet alle medische informatie, met name van de huisarts en praktijkondersteuner, voldoende was meegewogen en dat zijn liesklachten onvoldoende waren betrokken.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de medische rapportages zorgvuldig, consistent en concludent zijn en dat appellant onvoldoende heeft aangetoond dat deze onjuist zijn. De Raad stelt dat het UWV op basis van deze rapportages mag besluiten. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft alle relevante medische gegevens, inclusief brieven van huisarts en praktijkondersteuner, betrokken. De klachten van appellant rechtvaardigen geen aanpassing van de FML, en de voorgestelde functies zijn medisch geschikt.
Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.