Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van wettelijke rente af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant was werkzaam bij twee verschillende werkgevers en deed meerdere aanvragen voor een WW-uitkering per verschillende data. Het UWV weigerde uitbetaling van de WW-uitkering over een periode langer dan 26 weken voorafgaand aan de aanvraag, omdat er geen sprake was van een bijzonder geval zoals bedoeld in artikel 35 van Pro de WW.
De rechtbank stelde vast dat appellant niet hoefde te wachten met het indienen van een nieuwe aanvraag terwijl de eerdere aanvraag nog in behandeling was, mede omdat de werkloosheid uit verschillende dienstverbanden voortvloeide. Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV, maar dit werd ongegrond verklaard.
In hoger beroep herhaalde appellant dat het niet tijdig beslissen door het UWV op de eerdere aanvraag de reden was voor de late aanvraag, maar de Raad oordeelde dat deze veronderstelling voor zijn eigen rekening en risico komt. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Er werd geen schadevergoeding toegekend en er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd zonder toekenning van schadevergoeding.