ECLI:NL:CRVB:2015:1582
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van WIA-uitkeringsbesluit ondanks betwisting arbeidsongeschiktheid
Appellant betwistte het besluit van het UWV waarin zijn mate van arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 35 tot 45% en stelde dat zijn beperkingen waren toegenomen. Na medisch en arbeidskundig onderzoek concludeerden verzekeringsartsen dat er geen verslechtering was ten opzichte van de eerdere Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 2010.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen niet waren onderschat. Appellant voerde in hoger beroep dezelfde gronden aan zonder nieuwe medische stukken te overleggen.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en stelde dat de brief van een particuliere levensverzekeraar geen invloed heeft op de WIA-beoordeling. Ook het bezwaar dat rekening gehouden had moeten worden met de slechte positie op de arbeidsmarkt werd verworpen, omdat dit geen onderdeel is van de wettelijke beoordeling.
Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV wordt bevestigd.