ECLI:NL:CRVB:2015:1560
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van WAO-uitkeringsbesluit ondanks angststoornis en beperkingen
Appellant, sinds 1992 arbeidsongeschikt, werkte tot 2010 als facilitair medewerker en ervaart sindsdien lichamelijke en psychische klachten. Het UWV stelde in 2012 zijn arbeidsongeschiktheid vast op 35-45% en wees functies aan die binnen zijn belastbaarheid passen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de geselecteerde functies passend zijn.
In hoger beroep stelde appellant dat het UWV onvoldoende rekening hield met zijn angststoornis en de benodigde begeleiding, ondersteund door medische rapporten van een verzekeringsarts en psychiater. Hij betoogde dat de begeleiding verder gaat dan wat een collega kan bieden en dat de afwezigheid van de verzekeringsarts bij de hoorzitting onzorgvuldig was.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, dat de verzekeringsarts voldoende gegevens had en dat de afwezigheid bij de hoorzitting niet onzorgvuldig was. De psychiater bevestigde dat de benodigde begeleiding binnen redelijke grenzen door een collega kan worden geboden. De Raad vond geen objectief-medische gronden om het oordeel van de verzekeringsartsen te betwijfelen en bevestigde dat appellant in staat is tot de geduide functies binnen de FML.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het UWV-besluit en verklaart het beroep van appellant ongegrond.