Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bepaalt dat het in hoger beroep betaalde griffierecht van €122,- door de griffier van de
Centrale Raad van Beroep
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland, maar het hogerberoepschrift werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat was ingediend. Appellant stelde verzet in tegen deze beslissing en voerde aan dat het beroepschrift tijdig was gepost, maar niet aangetekend vanwege financiële beperkingen.
De Raad oordeelde dat het poststempel op de enveloppe leidend is voor de datum van verzending, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat de brief eerder is verzonden. De enkele verklaring van appellant volstond niet om het verzuim te doorbreken. Ook het ontbreken van financiële middelen om aangetekend te verzenden vormt geen geldige reden om het verzuim te verhelpen.
Daarom werd het verzet ongegrond verklaard. De Raad bepaalde wel dat het betaalde griffierecht in hoger beroep aan appellant wordt terugbetaald. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 1 mei 2015.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het betaalde griffierecht wordt terugbetaald.