Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
Centrale Raad van Beroep aan appellant wordt terugbetaald.
Centrale Raad van Beroep
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant, maar dit hogerberoepschrift werd niet tijdig ingediend. De Raad stelde vast dat de uiterste datum voor indiening 27 augustus 2014 was, terwijl het beroepschrift pas op 2 september 2014 werd ontvangen. Appellant voerde aan dat medicijngebruik tot vergeetachtigheid leidde, wat de termijnoverschrijding zou verklaren.
De Raad oordeelde dat dit argument onvoldoende was om de termijnoverschrijding te verontschuldigen. Appellant had hulp van derden moeten inschakelen indien hij door medicatie niet in staat was zijn belangen te behartigen. Er waren geen feiten die het verzuim konden opheffen. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard.
De Raad bepaalde tevens dat het betaalde griffierecht van €122,- aan appellant wordt terugbetaald. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter Simons op 1 mei 2015.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding, met terugbetaling van het betaalde griffierecht.