ECLI:NL:CRVB:2015:1373
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ingangsdatum uitkering volgens artikel 35 WW zonder bijzondere omstandigheden
Appellante was werkzaam bij de Dienst Justitiële Inrichtingen en kreeg per 1 maart 2010 eervol ontslag. Zij vroeg een bovenwettelijke uitkering aan, die werd toegekend met ingang van 2 juni 2011, conform artikel 35 van Pro de WW dat bepaalt dat een uitkering niet wordt uitgekeerd over perioden langer dan 26 weken voor de aanvraagdatum.
Appellante stelde dat de uitkering vanaf 1 maart 2010 had moeten ingaan, maar kon niet aannemelijk maken dat zij eerder dan 1 december 2011 een aanvraag had ingediend. De minister had de aanvraagdatum terecht vastgesteld op 1 december 2011.
De Raad oordeelde dat er geen bijzondere omstandigheden waren om af te wijken van de wettelijke regeling. De beëindigingsovereenkomst met de Minister van Justitie verzekerde het recht op uitkering, maar niet de uitbetaling over eerdere perioden. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De ingangsdatum van de uitkering is correct vastgesteld op 2 juni 2011 conform artikel 35 WW; het hoger beroep wordt afgewezen.