ECLI:NL:CRVB:2015:1361
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen aankondiging herziening nabestaandenpensioen
Appellante maakte bezwaar tegen een brief van de Sociale verzekeringsbank (Svb) waarin werd aangekondigd dat haar nabestaandenpensioen per 1 januari 2013 zou worden verlaagd vanwege de Wet woonlandbeginsel in de sociale zekerheid (Wwsz).
De Svb verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat de brief geen besluit in de zin van artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) was, maar slechts een aankondiging. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellante dat zij niet akkoord ging met de verlaging van haar uitkering. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de brief niet op rechtsgevolg was gericht en daarom geen besluit vormde. Tevens was appellante gewezen op de mogelijkheid bezwaar te maken tegen het latere besluit dat in december 2012 zou worden genomen.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verwierp het hoger beroep, waarmee het bezwaar tegen de brief terecht niet-ontvankelijk werd verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bezwaar tegen de aankondigingsbrief is terecht niet-ontvankelijk verklaard.