ECLI:NL:CRVB:2015:1245
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij intrekking bijstand wegens ondernemerschap
Verzoekster ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) samen met een derde, maar het college van burgemeester en wethouders van Schiedam trok deze bijstand in en vorderde het bedrag terug wegens ondernemerschap dat niet was gemeld. De sociale recherche had dit vastgesteld na anonieme tips en onderzoek.
De rechtbank verklaarde het beroep van verzoekster ongegrond. Verzoekster stelde vervolgens een verzoek om voorlopige voorziening in om haar bijstand toe te kennen tijdens het hoger beroep. De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen sprake was van een spoedeisend belang omdat het ging om een afgesloten periode en verzoekster geen concrete onderbouwing gaf van haar financiële nood.
Ook werd vastgesteld dat verzoekster inmiddels in een andere gemeente woont en geen aanspraak meer kan maken op bijstand bij het college van Schiedam. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.