ECLI:NL:CRVB:2015:1221

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
24 maart 2015
Publicatiedatum
16 april 2015
Zaaknummer
13-2718 AWBZ-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep inzake persoonsgebonden budget ongegrond verklaard

Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant inzake een persoonsgebonden budget. De Centrale Raad van Beroep verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk omdat het beroepschrift niet tijdig was ingediend.

Appellante stelde verzet in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring, maar gaf geen geldige verklaring voor de overschrijding van de beroepstermijn. De Raad oordeelde dat appellante de termijnoverschrijding niet kan worden verweten en dat er geen feiten of omstandigheden waren die dit anders maakten.

Het verzet werd daarom ongegrond verklaard. De Raad bepaalde tevens dat het betaalde griffierecht van €118,- aan appellante wordt terugbetaald. Een veroordeling in proceskosten werd niet opgelegd.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het betaalde griffierecht wordt terugbetaald.

Uitspraak

Datum uitspraak: 24 maart 2015
13/2718 AWBZ-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak, bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 7 maart 2013, 12/3337 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellante] te [woonplaats] (appellante)
Stichting Centrum Indicatiestelling Zorg
Zitting heeft: T.G.M. Simons
Griffier: D.W.M. Kaldenhoven
Ter zitting is niemand verschenen

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep
- verklaart het verzet ongegrond;
- bepaalt dat het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 118,- door de griffier van de
Centrale Raad van Beroep aan appellante wordt terugbetaald.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht van 3 december 2014 heeft de Raad het namens appellante door [naam gemachtigde] (gemachtigde) ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend.
De Raad stelt vast dat de gemachtigde in verzet geen verklaring heeft gegeven voor het feit dat de beroepstermijn is overschreden. Zij heeft - slechts - aangegeven dat appellante meent recht te hebben op een persoonsgebonden budget. Ook overigens is niet gebleken van feiten of omstandigheden die leiden tot het oordeel dat de termijnoverschrijding appellante niet kan worden verweten.
De Raad ziet aanleiding te bepalen dat het in hoger beroep betaalde griffierecht aan appellante wordt terugbetaald.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) D.W.M. Kaldenhoven (getekend) T.G.M. Simons
IvR