ECLI:NL:CRVB:2015:1155

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
10 april 2015
Publicatiedatum
10 april 2015
Zaaknummer
13-3174 ANW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Algemene nabestaandenwetAlgemene Ouderdomswet
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering nabestaandenuitkering wegens niet-verzekerd zijn van overleden echtgenoot volgens ANW

Appellante, weduwe van een man die in Nederland heeft gewoond en gewerkt en later terugkeerde naar Marokko, verzocht om een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW). De Sociale verzekeringsbank (Svb) weigerde deze uitkering toe te kennen omdat haar echtgenoot ten tijde van zijn overlijden niet verzekerd was volgens de ANW.

De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat de echtgenoot niet voldeed aan de verzekeringsvoorwaarden van de ANW. Appellante ging in hoger beroep en voerde aan dat zij recht had op de uitkering vanwege haar zorg voor de kinderen en haar slechte financiële situatie.

De Centrale Raad van Beroep onderschreef de eerdere beslissingen en verwees naar de overwegingen in het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Tevens werd vermeld dat een verzoek om postume toelating van de echtgenoot tot de vrijwillige verzekering voor de ANW door de Svb was afgewezen, waartegen geen rechtsmiddel was aangewend.

De Raad wees het beroep af en bevestigde de aangevallen uitspraak, zonder aanleiding tot veroordeling in proceskosten.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de nabestaandenuitkering omdat de echtgenoot niet verzekerd was onder de ANW ten tijde van zijn overlijden.

Uitspraak

13/3174 ANW
Datum uitspraak: 10 april 2015
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van
22 mei 2013, 12/3405 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellante] te [woonplaats], Marokko (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
PROCESVERLOOP
Appellante heeft hoger beroep ingesteld.
De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 februari 2015. Appellante is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M. Sturmans.

OVERWEGINGEN

1.1.
Appellante is gehuwd geweest met [naam ex-echtgenoot]. Haar echtgenoot heeft in Nederland gewoond en gewerkt en is teruggekeerd naar Marokko. De echtgenote van appellante is op 8 juli 2011 in Marokko overleden. Hij ontving daarvoor een ouderdomspensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet. Vervolgens heeft appellante aan de Svb verzocht een nabestaandenuitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet (ANW) aan haar toe te kennen.
1.2.
Bij beslissing op bezwaar van 14 juni 2012 (bestreden besluit) heeft de Svb zijn besluit van 13 oktober 2011 gehandhaafd, waarbij is geweigerd een nabestaandenuitkering aan appellante toe te kennen, omdat haar echtgenoot ten tijde van zijn overlijden niet verzekerd was ingevolge de ANW.
2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Zij heeft daartoe overwogen dat de echtgenoot van appellante ten tijde van zijn overlijden niet voldeed aan de voorwaarden om verzekerd te worden geacht ingevolge de ANW.
3. In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat zij recht heeft op een nabestaandenuitkering. Zij heeft de zorg voor haar kinderen en verkeert in een slechte financiële situatie.
4. De Raad komt niet tot een ander oordeel dan de Svb en de rechtbank. Hij volstaat met te verwijzen naar de overwegingen in het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak. Deze overwegingen worden geheel onderschreven. In dit verband wordt nog van belang geacht dat de Svb bij besluit van 6 juli 2012 afwijzend heeft beslist op een door appellante ingediend verzoek om haar echtgenoot postuum toe te laten tot de vrijwillige verzekering voor de ANW. Daartegen is geen rechtsmiddel aangewend.
5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door T.L. de Vries, in tegenwoordigheid van B. Fotchind als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 april 2015.
(getekend) T.L. de Vries
(getekend) B. Fotchind
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH
’s-Gravenhage) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen inzake het begrip kring van verzekerden.

NK