ECLI:NL:CRVB:2015:1089
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing woningaanpassing zitbad met deur wegens ontbreken medische noodzaak
Appellant, geboren in 1939, vroeg op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) om een woningaanpassing in de vorm van een zitbad met deur. Het college van burgemeester en wethouders van 's-Hertogenbosch wees de aanvraag af na medisch advies van TriviumPlus, dat geen medische noodzaak voor het zitbad met deur vaststelde.
De rechtbank Oost-Brabant oordeelde dat het advies van TriviumPlus zorgvuldig was opgesteld en dat appellant onvoldoende medische onderbouwing leverde om het advies te weerleggen. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij ademnood krijgt door de douchestraal en problemen ondervindt bij het in- en uitstappen van het bad, en overhandigde een rapport van een specialist ouderengeneeskunde.
De Centrale Raad van Beroep concludeerde dat het medisch advies zorgvuldig tot stand was gekomen, onder meer door dossieronderzoek, huisartsinformatie en huisbezoek. Er was geen bewijs van een medische noodzaak voor het zitbad met deur. Het rapport van de specialist bevestigde niet dat appellant niet kan douchen met een douchestoel. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de aanvraag voor een zitbad met deur wegens het ontbreken van een medische noodzaak.