ECLI:NL:CRVB:2015:1078
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting bij hennepkwekerij
Appellant ontving bijstand sinds maart 2012. In juni 2013 werd in zijn woning een hennepkwekerij met 54 planten aangetroffen. Een onderzoek door de gemeente leidde tot het besluit de bijstand over de periode 1 april tot 18 juni 2013 in te trekken wegens schending van de inlichtingenverplichting door het niet melden van de kwekerij en de daaruit genoten inkomsten.
Daarnaast werd de bijstand over de periode 22 november tot 31 december 2013 herzien omdat appellant niet tijdig had gemeld dat hij dakloos was geworden, waardoor hij ten onrechte een toeslag ontving. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, en appellant stelde hoger beroep in.
De Raad oordeelt dat het college terecht uitging van de verklaring van appellant dat de kwekerij in de laatste week van maart 2013 werd gestart, en dat het niet melden van de kwekerij en inkomsten een schending van de inlichtingenverplichting is. Ook was appellant niet geslaagd in het aannemelijk maken dat hij tijdig had gemeld dakloos te zijn, zodat de toeslag terecht werd herzien.
Het hoger beroep wordt verworpen, de intrekking, herziening en terugvordering van bijstand worden bevestigd, en het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de intrekking, herziening en terugvordering van bijstand worden bevestigd.