ECLI:NL:CRVB:2015:1076
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Weigering bijzondere bijstand voor kosten medische rapportage bij vergunningaanvraag uitbouw woning
Appellant, een bijstandsgerechtigde, vroeg bijzondere bijstand aan voor de kosten van een medische rapportage die nodig was voor een vergunningaanvraag voor een uitbouw van zijn woning. De kosten waren voorafgaand aan de aanvraag gemaakt en betaald. Het college van burgemeester en wethouders van Leiden wees de aanvraag af omdat deze kosten niet tot de noodzakelijke bestaanskosten volgens artikel 35 van Pro de WWB behoren en omdat de kosten vóór de aanvraag zijn gemaakt.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de kosten niet noodzakelijk zijn en dat de toegankelijkheid van de woning voldoende was gewaarborgd door een toegekende traplift. Appellant ging in hoger beroep en voerde aan dat hij bijzondere omstandigheden kon aantonen om af te wijken van de beleidsregels.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij de aanvraag niet vooraf kon indienen en dat er geen bijzondere omstandigheden waren die afwijken rechtvaardigen. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het verzoek tot vergoeding van wettelijke rente af. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van bijzondere bijstand voor de kosten van de medische rapportage.