ECLI:NL:CRVB:2015:1068
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand wegens vermeende schending inlichtingenplicht onvoldoende onderbouwd
Appellanten ontvingen sinds oktober 2009 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand. In november 2012 trok het college de bijstand in naar aanleiding van een anonieme tip over het runnen van een paranormaal bedrijf en het verrichten van op geld waardeerbare activiteiten zonder melding hiervan.
Het college baseerde het besluit op een onderzoek dat echter onvoldoende concreet was over de aard, omvang en frequentie van de activiteiten. Er werd geen navraag gedaan naar klanten of verkoop van handgemaakte breiwerken. De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt anders.
De Raad stelt dat het college onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat appellanten de inlichtingenplicht hebben geschonden. Daarom vernietigt de Raad het besluit en de uitspraak van de rechtbank, herroept het collegebesluit en veroordeelt het college tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van bijstand wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs van schending van de inlichtingenplicht.