ECLI:NL:CRVB:2015:106
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid na medische en arbeidskundige beoordeling
Appellante heeft haar werkzaamheden gestaakt vanwege diverse klachten en ontving meerdere uitkeringen op grond van de Ziektewet en de Werkloosheidswet. Het UWV stelde bij besluit vast dat zij vanaf 4 juni 2012 minder dan 35% arbeidsongeschikt was en daarom geen recht had op een WIA-uitkering. Dit besluit werd in bezwaar ongegrond verklaard.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante gegrond maar handhaafde de rechtsgevolgen van het besluit, omdat het UWV eerst in beroep een deugdelijke medische en arbeidskundige onderbouwing moest geven. In hoger beroep stelde appellante dat haar beperkingen onvoldoende waren meegenomen, dat onjuiste functies waren geselecteerd en dat er geen rekening was gehouden met specialistische behandelingen.
De Raad oordeelde dat de medische beperkingen zoals vastgelegd in de Functionele Mogelijkhedenlijst van 18 juni 2013 toereikend waren en dat appellante geen objectieve medische gegevens had overgelegd die dit in twijfel konden trekken. Ook de arbeidsdeskundige had de geschiktheid voor de geselecteerde functies voldoende gemotiveerd. De Raad verwierp de bezwaren tegen de functiekeuze en bevestigde de aangevallen uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep wees het hoger beroep af en bevestigde dat appellante geen recht heeft op een WIA-uitkering omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen recht heeft op een WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.