ECLI:NL:CRVB:2015:1053
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant viel in 2009 uit wegens spanningsklachten, rugklachten en diabetes mellitus en vroeg in 2011 een WIA-uitkering aan. De verzekeringsarts stelde beperkingen vast en maakte een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Een arbeidsdeskundige concludeerde dat appellant niet geschikt is voor zijn eigen werk, maar wel voor andere functies met een verlies aan verdiencapaciteit van 11,73%. Het UWV weigerde de uitkering omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg.
Appellant maakte bezwaar en beroep, onder meer met een brief van zijn behandelend psychiater die een functionele stoornis signaleerde. De rechtbank en later de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat er geen medische aanwijzingen zijn voor meer beperkingen dan in de FML zijn opgenomen. De psychiater gaf geen objectiveerbare medische gegevens die beperkingen in concentratie, geheugen of aandacht ondersteunen.
De Raad wees ook op het verschil tussen beoordelingen in het kader van de Ziektewet en de WIA. De arbeidsdeskundige motiveerde dat appellant ondanks beperkingen de geduide functies kan vervullen en de vereiste interne opleidingen kan volgen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat appellant niet medisch meer beperkt is dan vastgesteld.