ECLI:NL:CRVB:2015:1042
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang na nieuwe beslissing UWV
Appellante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant. Tijdens de procedure nam het UWV op 2 december 2014 een nieuwe beslissing op bezwaar. Appellante gaf vervolgens aan zich te kunnen verenigen met deze nieuwe beslissing en vorderde vergoeding van proceskosten en griffierechten.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat er geen inhoudelijk geschil meer bestond dat door de Raad moest worden beslecht, waardoor het hoger beroep niet-ontvankelijk moest worden verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.
De Raad veroordeelde het UWV op grond van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht tot vergoeding van de door appellante gemaakte proceskosten en griffierechten. Het onderzoek ter zitting werd achterwege gelaten en de beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 3 april 2015.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang en het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.