ECLI:NL:CRVB:2014:875
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor tandheelkundige implantaten wegens onjuiste toepassing herhaalde aanvraag
Appellant, bijstandsgerechtigde sinds 2003, vroeg meerdere malen bijzondere bijstand voor de kosten van vier tandheelkundige implantaten. Het college wees de aanvragen af, onder meer met toepassing van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat de situatie niet zou zijn gewijzigd sinds eerdere aanvragen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat er wel degelijk sprake is van een relevante wijziging in de medische situatie van appellant, waaronder een progressief ziektebeeld en ernstige slijtage van de voortanden. Hierdoor is de aanvraag van 19 december 2011 geen herhaalde aanvraag in de zin van artikel 4:6 Awb Pro en had het college dit artikel niet mogen toepassen.
Verder blijkt uit het dossier dat het tandheelkundig advies waarop het college zich baseerde uitsluitend op dossieronderzoek berustte en dat appellant niet opnieuw is onderzocht. Gezien het tijdsverloop en de verslechterde situatie is een nieuw onderzoek noodzakelijk.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en draagt het college op een nieuw besluit op bezwaar te nemen, waarbij een nader tandheelkundig onderzoek wordt uitgevoerd. Tevens wordt het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van bijzondere bijstand wordt vernietigd en het college moet een nieuw besluit nemen na nader tandheelkundig onderzoek.