ECLI:NL:CRVB:2014:874
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand wegens onvoldoende aannemelijkheid noodzakelijkheid kosten zorgtoeslagbeslag
Appellant vroeg bijzondere bijstand aan voor kosten van €462,- die in 2009 door beslaglegging op zijn zorgtoeslag waren ingehouden. Hij stelde dat deze kosten verband hielden met het niet kunnen betalen van de premie zorgverzekeringswet vanwege eerdere onterechte stopzetting van bijstand.
Het college wees de aanvraag af omdat niet duidelijk was om welke kosten het ging en of deze noodzakelijk waren in de zin van artikel 35 van Pro de WWB. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat hoewel de kosten zich hadden voorgedaan, appellant niet aannemelijk had gemaakt dat deze noodzakelijk waren. Hij kon niet duidelijk maken waar het bedrag van €462,- precies betrekking op had en overlegd geen vonnis waaruit dit bleek. Daarom werd het hoger beroep verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van bijzondere bijstand wordt bevestigd.