Uitspraak
OVERWEGINGEN
a. vanaf de eerste dag van de periode waarop het verzuim betrekking heeft, of
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving bijstand sinds september 2007. Na een melding over haar verzuim bij een bewegingstraject startte de gemeente Amsterdam een onderzoek en vroeg zij bankafschriften op. Appellante verscheen niet tijdig of niet met de gevraagde stukken, waarna het college haar bijstand opschortte en uiteindelijk introk per 31 maart 2011 wegens onvoldoende medewerking.
Appellante maakte bezwaar tegen deze intrekking en tegen een onduidelijke uitkeringsspecificatie waarin zij meende niet het volledige bedrag te hebben ontvangen. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond. In hoger beroep oordeelt de Raad dat de intrekking terecht is omdat appellante de gevraagde gegevens niet tijdig heeft geleverd en dit haar te verwijten valt.
De Raad constateert echter dat de uitkeringsspecificatie onduidelijk is over de inhoudingen en betalingen, en dat het college onjuist heeft gemotiveerd dat een bedrag van €537,02 in mindering is gebracht op de uitkering. Daarom vernietigt de Raad het besluit over de uitkeringsspecificatie, maar laat de rechtsgevolgen daarvan in stand. Tevens veroordeelt de Raad het college in de proceskosten.
Uitkomst: Intrekking bijstand wordt gehandhaafd, maar het besluit over de uitkeringsspecificatie wordt vernietigd wegens ondeugdelijke motivering met behoud van rechtsgevolgen.