Uitspraak
OVERWEGINGEN
.
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft twee aanvragen ingediend voor categoriale bijzondere bijstand op grond van de gemeentelijke aanvullende tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten, gericht op kosten van energie, (tele-)communicatie, kledingslijtage en pedicure/manicure. Een medisch advies van een arts van de Geneeskundige Gezondheidsdienst Amsterdam concludeerde na een gesprek met appellant dat er geen medische indicatie was voor vergoeding van deze kosten.
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees de aanvragen af, omdat de kosten niet noodzakelijk werden geacht. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat het medisch onderzoek te summier was en dat het advies onjuist was, onder meer vanwege zijn psychische aandoeningen en onjuiste informatie over zijn partner.
De Raad oordeelde dat het college in beginsel mag uitgaan van het medisch advies, tenzij er concrete aanwijzingen zijn voor onzorgvuldigheid of onjuistheid. Appellant gaf geen concrete aanwijzingen van een te summier onderzoek. Het advies was begrijpelijk gemotiveerd en hield rekening met de afzonderlijke kostenposten. Ook de bewering dat de informatie over zijn partner onjuist was, werd verworpen omdat de verklaringen consistent waren en overeenkwamen met het dossier.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de aanvragen voor categoriale bijzondere bijstand wegens het ontbreken van een medische indicatie.