ECLI:NL:CRVB:2014:78
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond wegens afwezigheid van verzuim bij griffierechtbetaling
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Zutphen, maar de Centrale Raad van Beroep had dit beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht. Appellant stelde verzet in tegen deze beslissing.
Bij de behandeling van het verzet bleek dat appellant niet in verzuim was geweest met betrekking tot de betaling van het griffierecht. Dit leidde tot de conclusie dat het eerdere besluit van niet-ontvankelijkheid onterecht was genomen.
De Raad verklaarde het verzet gegrond, waardoor de uitspraak van 16 juli 2013 verviel en het onderzoek werd voortgezet in de stand waarin het zich bevond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd aan appellant.
De uitspraak werd gedaan door T.G.M. Simons, in aanwezigheid van griffier D.W.M. Kaldenhoven, op 17 januari 2014.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en het niet-ontvankelijkheidsbesluit wordt vernietigd.