Uitspraak
OVERWEGINGEN
a. vanaf de eerste dag van de periode waarop het verzuim betrekking heeft, of
b. vanaf de dag van het verzuim indien niet kan worden bepaald op welke periode dit verzuim betrekking heeft.
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontvangt sinds 2002 bijstand en werd in 2011 gevraagd om een AOV-uitkering aan te vragen en de beschikking daarvan te overleggen, omdat dit een voorliggende voorziening is. Ondanks meerdere verzoeken heeft appellant de gevraagde gegevens niet binnen de gestelde termijnen verstrekt.
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam schortte daarom de bijstand op en trok deze later in op grond van artikel 54 van Pro de WWB. Appellant stelde dat hij de gevraagde gegevens niet tijdig kon overleggen vanwege de lange doorlooptijd van de AOV-aanvraag en persoonlijke omstandigheden.
De Raad oordeelt dat appellant voldoende tijd heeft gekregen om de aanvraag in te dienen en dat hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij de gevraagde gegevens niet tijdig kon overleggen. Het college was daarom bevoegd de bijstand in te trekken. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens het niet tijdig overleggen van gevraagde gegevens wordt bevestigd.