ECLI:NL:CRVB:2014:708
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens tegenstrijdige verklaringen en weigering medewerking
Appellant vroeg bijstand aan met ingang van 1 januari 2011 en verklaarde aanvankelijk dat hij door zijn zus werd onderhouden. Na meerdere gesprekken en schriftelijke correspondentie ontstonden onduidelijkheden over zijn financiële situatie voorafgaand aan de aanvraag. De casemanager vroeg nadere gegevens, maar appellant gaf tegenstrijdige verklaringen en verbrak een telefonisch gesprek eenzijdig.
Het college wees de aanvraag af omdat niet kon worden vastgesteld hoe appellant in zijn levensonderhoud had voorzien, mede door het niet nakomen van zijn inlichtingenplicht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, en in hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel.
De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende duidelijkheid verschafte over zijn situatie en dat het college terecht de aanvraag afwees. Het hoger beroep werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand is terecht afgewezen wegens schending van de inlichtingenplicht en onduidelijkheid over het levensonderhoud voorafgaand aan de aanvraag.