ECLI:NL:CRVB:2014:704
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet tijdig verstrekken gevraagde gegevens
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) vanaf 1 maart 2007. Het college van burgemeester en wethouders van Hoorn startte een onderzoek naar de rechtmatigheid van de bijstand in het kader van het project Hoogwaardig Handhaven. Appellant werd uitgenodigd voor meerdere gesprekken om stukken te overleggen, waaronder bankafschriften van spaarrekeningen. Ondanks herhaalde verzoeken leverde appellant niet alle gevraagde gegevens binnen de hersteltermijn aan.
Het college schortte het recht op bijstand op vanaf 29 april 2011 en besloot bijstand te beëindigen en terug te vorderen vanaf 22 juni 2011. De rechtbank Alkmaar verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, stellende dat het college bevoegd was de bijstand in te trekken op grond van artikel 54, vierde lid, WWB, omdat appellant niet tijdig de gevraagde gegevens had verstrekt.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het onderzoek en de gevraagde gegevens niet gerechtvaardigd waren en dat het college artikel 54, derde lid, onder a, WWB had moeten toepassen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant geen nieuwe gronden had aangevoerd die de eerdere gemotiveerde uitspraak konden weerleggen en bevestigde het oordeel van de rechtbank. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens het niet tijdig verstrekken van alle gevraagde gegevens wordt bevestigd.