ECLI:NL:CRVB:2014:4470
Centrale Raad van Beroep
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- H. van Leeuwen
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende gemotiveerd besluit over duurzaamheid arbeidsongeschiktheid in WIA-uitkering
Appellant, een vrachtwagenchauffeur, ontving sinds november 2009 een uitkering en meldde zich ziek vanwege rug- en knieklachten. Na medisch en arbeidskundig onderzoek stelde het UWV in maart 2012 een loongerelateerde WGA-uitkering vast met 100% arbeidsongeschiktheid, maar geen recht op een IVA-uitkering voor volledig en duurzaam arbeidsongeschikten.
Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat zijn arbeidsongeschiktheid wel duurzaam was, onderbouwd met een brief van zijn fysiotherapeut. De verzekeringsarts bezwaar en beroep handhaafde de eerdere conclusie dat geen sprake was van duurzaamheid, mede omdat verbetering verwacht werd door training en chiropractische behandeling. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep oordeelt de Raad dat het UWV-besluit onvoldoende concrete en deugdelijke onderbouwing bevat. De prognose van herstelkansen was niet adequaat gemotiveerd, met name omdat de geadviseerde behandelingen niet voldoende waren onderbouwd en de fysiotherapeut stelde dat appellant het maximale had bereikt. De Raad beveelt het UWV aan het besluit binnen zes weken te herstellen om tot een finale beslechting te komen.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen het besluit binnen zes weken te herstellen wegens onvoldoende motivering over de duurzaamheid van de arbeidsongeschiktheid.