ECLI:NL:CRVB:2014:4455
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag Wajong-uitkering wegens onvoldoende medische en arbeidskundige grondslag
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering, die door het UWV is afgewezen op basis van een rapport van de verzekeringsarts. De rechtbank heeft deze afwijzing bevestigd en ook in hoger beroep is het beroep van appellante ongegrond verklaard.
Appellante voerde aan dat er voldoende medische gegevens zijn die haar arbeidsongeschiktheid aantonen en dat een expertiserapport noodzakelijk was. De Raad oordeelde echter dat het medisch dossier en de onderzoeken van de verzekeringsarts en verzekeringsarts bezwaar en beroep zorgvuldig en voldoende waren. De door appellante overgelegde medische stukken betroffen een latere periode en waren niet relevant voor de beoordelingsperiode.
De Raad concludeerde dat appellante niet kon aantonen dat zij sinds haar 17e verjaardag gedurende 52 weken als gevolg van ziekte of gebrek niet in staat was om meer dan 75% van het maatmaninkomen te verdienen. Het verzoek om een deskundige aan te wijzen werd afgewezen en het hoger beroep werd verworpen. Er werd geen vergoeding van wettelijke rente toegekend en ook geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag van appellante voor een Wajong-uitkering wordt afgewezen wegens onvoldoende medische en arbeidskundige onderbouwing.