ECLI:NL:CRVB:2014:4433
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt is en daarom geen recht heeft op een WIA-uitkering. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de functionele mogelijkheden van appellant juist waren vastgesteld.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij ernstiger beperkt is dan het UWV heeft aangenomen en dat de gebruikte functies niet aansluiten bij zijn beperkingen. Ter onderbouwing bracht hij een rapport van een bedrijfsarts in. Het UWV verwees naar rapporten van verzekeringsarts en arbeidsdeskundige die het eerdere oordeel ondersteunen.
De Raad oordeelt dat het medisch onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd en dat de functionele mogelijkheden juist zijn vastgesteld, mede gelet op het aanvullende rapport van de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige. Het rapport van de bedrijfsarts geeft geen aanleiding tot herziening. De arbeidsdeskundige heeft gemotiveerd uiteengezet dat de belasting van de geselecteerde functies binnen de mogelijkheden van appellant blijft, ook bij aanpassing van de Functionele Mogelijkheden Lijst.
Gelet op deze overwegingen slaagt het hoger beroep niet en wordt de aangevallen uitspraak bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de WIA-uitkering wordt bevestigd.