ECLI:NL:CRVB:2014:4304
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- E.R. Eggeraat
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ingangsdatum Wubo-toekenningen na ambtelijke fout
Appellante, geboren in 1940 in Nederlands-Indië, diende in 2009 een aanvraag in voor toekenningen op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo). De aanvraag werd destijds afgewezen vanwege onvoldoende bewijs van geïnterneerd zijn en het niet vaststaan dat zij getuige was van mishandeling van haar moeder.
In 2011 werd een verzoek tot herziening ingediend met een getuigenverklaring van haar broer over het meemaken van een rampok tijdens de Bersiap-periode. Verweerder erkende in 2012 dat appellante getroffen was door oorlogsgeweld en kende een toeslag toe met ingang van 1 maart 2011, maar wees terugwerkende kracht af.
De Raad oordeelt dat de verklaring van de broer geen nieuw feit betreft maar een andere interpretatie van reeds bekende gegevens, waardoor de eerdere afwijzing een aan verweerder toe te rekenen ambtelijke fout was. Daarom stelt de Raad de ingangsdatum van de toekenningen vast op 1 mei 2008, de datum waarop het woonplaatsvereiste voor buiten de EU woonachtige personen verviel.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van appellante. De uitspraak vervangt het vernietigde besluit van 18 maart 2013.
Uitkomst: De ingangsdatum van de Wubo-toekenningen wordt vastgesteld op 1 mei 2008 met terugwerkende kracht wegens een ambtelijke fout.