ECLI:NL:CRVB:2014:4299
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- E.R. Eggeraat
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek uitbreiding vergoeding huishoudelijke hulp op grond van Wuv
Appellant, erkend als vervolgingsslachtoffer op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv), ontving een vergoeding voor huishoudelijke hulp van acht uur per week. Hij verzocht om een uitbreiding met nog eens acht uur per week, wat door de Sociale verzekeringsbank werd afgewezen.
De Raad beoordeelde of appellant in aanmerking kwam voor uitbreiding op basis van het beleid dat alleen causale beperkingen, zoals problemen met maaltijdbereiding of ernstige zelfverwaarlozing, een grond voor uitbreiding vormen. Dit beleid is volgens vaste rechtspraak in overeenstemming met artikel 20 van Pro de Wuv en het toepasselijke besluit.
Medische adviezen van twee artsen stelden dat er geen causale beperkingen waren die een uitbreiding rechtvaardigen. De door appellant overgelegde verklaringen werden meegewogen, maar konden het standpunt van verweerder niet weerleggen. De Raad concludeerde dat de lichamelijke klachten van appellant, die niet causaal zijn aanvaard, de beperkingen in het huishouden verklaren. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen de afwijzing van de uitbreiding van de vergoeding voor huishoudelijke hulp wordt ongegrond verklaard.