Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
Centrale Raad van Beroep aan de wettelijk vertegenwoordiger van appellant wordt
terugbetaald.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, vertegenwoordigd door zijn wettelijk vertegenwoordiger, stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. Dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroepschrift niet tijdig was ingediend. De wettelijk vertegenwoordiger deed verzet tegen deze beslissing en voerde aan dat de termijnoverschrijding te wijten was aan stress en onduidelijke informatie van de rechtbank.
Tijdens de zitting op 19 november 2014 verscheen de wettelijk vertegenwoordiger, terwijl het Centrum indicatiestelling zorg (CIZ) zich niet liet vertegenwoordigen. De Raad oordeelde dat het beroepschrift pas na de uiterste datum was ontvangen en dat er onvoldoende redenen waren om de termijnoverschrijding te verontschuldigen.
De wettelijk vertegenwoordiger kon niet verklaren waarom hij niet eerder een kopie van de uitspraak had opgevraagd, waardoor hij niet tijdig wist tot wanneer hij beroep kon instellen. De Raad concludeerde dat het verzet ongegrond was en besloot het betaalde griffierecht terug te betalen. Er werd geen veroordeling in de kosten van het verzet uitgesproken.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard vanwege niet-verschoonbare termijnoverschrijding.