ECLI:NL:CRVB:2014:4249
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering bijzondere bijstand voor kosten woninginrichting wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellant vroeg bijzondere bijstand aan voor kosten van woninginrichting op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees de aanvraag af omdat de kosten niet voortvloeien uit bijzondere omstandigheden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
Appellant stelde in hoger beroep dat er sprake was van bijzondere medische of sociale omstandigheden die een plotselinge verhuizing noodzakelijk maakten. De Raad oordeelde dat het feit dat appellant een urgentieverklaring had, niet betekent dat de verhuizing plotseling en onvoorzienbaar was. Appellant had al sinds 2011 de gelegenheid om te reserveren en verbleef sinds 2009 bij zijn broer, waar hij kon anticiperen op verhuiskosten.
Verder leverde appellant onvoldoende medische bewijsvoering dat zijn psychische problemen een acute verhuizing noodzakelijk maakten. Ook het bezwaar dat de procedure niet zorgvuldig was verlopen, werd verworpen omdat appellant zelf had verzocht de hoorzitting zonder zijn advocaat te laten plaatsvinden.
De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De aanvraag voor bijzondere bijstand voor woninginrichting wordt afgewezen wegens ontbreken van bijzondere omstandigheden.