ECLI:NL:CRVB:2014:4234
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens voldoende verdiencapaciteit ondanks beperkingen
Appellante had een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering vanwege beperkingen door het syndroom Sturge-Weber. Het UWV weigerde de uitkering omdat zij met haar beperkingen meer dan 75% van het minimumloon kan verdienen. De rechtbank oordeelde dat het medische onderzoek zorgvuldig was en verklaarde het beroep gegrond, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand.
In hoger beroep richtte appellante zich tegen het in stand laten van de rechtsgevolgen en stelde dat de rechtbank onvoldoende had getoetst of de beoordeling van het UWV inhoudelijk juist was, mede gezien nieuwe medische adviezen die mogelijk extra beperkingen zouden rechtvaardigen. De Raad concludeerde dat de rechtbank de medische gronden juist had beoordeeld en dat de nieuwe medische stukken geen nieuwe relevante gegevens bevatten.
De Raad vond geen aanleiding voor een nader deskundigenonderzoek en onderschreef dat de beperkingen van appellante niet waren onderschat. Ook de arbeidskundige beoordeling dat de geduide functies geschikt zijn, werd bevestigd. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering omdat appellante ondanks haar beperkingen meer dan 75% van het minimumloon kan verdienen.