ECLI:NL:CRVB:2014:4233
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering wegens toegenomen arbeidsongeschiktheid
Appellante, laatstelijk werkzaam als secretaresse/planner, viel in 2001 uit wegens diverse klachten en kreeg vanaf 2002 een WAO-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheid van 15-25%. Na een melding van toegenomen arbeidsongeschiktheid in 2008 herzag het UWV in 2011 de uitkering naar 25-35%.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze herziening ongegrond, stellende dat het besluit voldoende was onderbouwd met medische en arbeidskundige rapporten. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen niet juist waren vastgesteld en dat de geselecteerde functies niet geschikt waren, met name vanwege beperkingen op sociaal functioneren en dynamische handelingen.
De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en het UWV, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de bezwaren onvoldoende waren onderbouwd met nieuwe medische gegevens. De functionele mogelijkhedenlijst en de arbeidsdeskundige rapporten toonden aan dat appellante geschikt was voor de voorgestelde functies binnen haar belastbaarheid.
Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Hoger beroep tegen herziening WAO-uitkering wordt ongegrond verklaard en aangevallen uitspraak bevestigd.