ECLI:NL:CRVB:2014:4209
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding ANW-uitkering
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van de Sociale verzekeringsbank (Svb) waarin werd geweigerd een nabestaanden- en halfwezenuitkering toe te kennen op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW). Dit bezwaar werd echter niet tijdig ingediend. Appellante voerde aan dat de overschrijding te wijten was aan het verzenden van het bezwaarschrift naar een verkeerd adres door de opsteller.
De Svb verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk vanwege de overschrijding van de bezwaartermijn. De rechtbank Amsterdam oordeelde dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was, omdat nalatigheid van een zaakwaarnemer aan de betrokkene wordt toegerekend. Appellante stelde in hoger beroep inhoudelijke argumenten tegen de weigering van de ANW-uitkering, maar de Centrale Raad van Beroep beperkte zich tot de vraag of de termijnoverschrijding verschoonbaar was.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en verwierp het beroep omdat de overschrijding niet verschoonbaar was volgens artikel 6:11 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Hierdoor kon niet inhoudelijk op de zaak worden ingegaan. De Raad zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en bevestigde de aangevallen uitspraak.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding wordt bevestigd.