ECLI:NL:CRVB:2014:4205
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Beëindiging loongerelateerde WGA-uitkering wegens verminderde arbeidsongeschiktheid
Appellante was werkzaam als schoonmaakster en meldde zich ziek met lichamelijke en psychische klachten. Het UWV kende haar een loongerelateerde WGA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 47,2%. Later beëindigde het UWV deze uitkering omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen van appellante op een degelijke medische grondslag berustten. De rechtbank vond dat de beperkingen zoals vastgesteld door de bezwaarverzekeringsarts voldoende inzichtelijk waren en dat de informatie van de huisarts geen aanleiding gaf tot een andere conclusie. Ook werd de geschiktheid van functies voor appellante gemotiveerd vastgesteld.
In hoger beroep herhaalde appellante haar eerdere gronden zonder nieuwe medische informatie te overleggen. De Raad stelde vast dat de arbeidsdeskundige de geschiktheid van appellante voor de functies bevestigde en concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de loongerelateerde WGA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.