ECLI:NL:CRVB:2014:4189
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning loongerelateerde WGA-uitkering ondanks oogklachten en psychische beperkingen
Appellante, voormalig docente wiskunde, werd ziek gemeld met psychische klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV wees de aanvraag aanvankelijk af, maar kende later een loongerelateerde WGA-uitkering toe op basis van een arbeidsongeschiktheid van 39,46%.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen juist waren vastgesteld. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar oogklachten en andere beperkingen onvoldoende waren meegenomen, en dat bepaalde functies ongeschikt waren vanwege belasting op lezen, zien en tempo.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische en arbeidskundige grondslagen van het besluit deugdelijk waren. De oogproblematiek was volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep niet zodanig ernstig dat deze tot extra beperkingen leidde. Ook andere klachten werden voldoende meegewogen. Appellante had niet aannemelijk gemaakt dat er op de datum in geschil sprake was van verdergaande beperkingen dan in de FML waren opgenomen.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de toekenning van de loongerelateerde WGA-uitkering bevestigd.