ECLI:NL:CRVB:2014:4174
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding bezwaartermijn
Appellant, gelijkgesteld met een vervolgingsslachtoffer op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945, heeft een aanvraag gedaan voor aanvullende vergoedingen. Deze aanvraag werd door verweerder afgewezen bij besluit van 17 juni 2013. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar diende het bezwaarschrift pas op 1 augustus 2013 in, na het verstrijken van de wettelijke termijn van zes weken.
Verweerder verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk vanwege de overschrijding van de bezwaartermijn. Appellant stelde dat hij het besluit pas veel later had ontvangen, waardoor hij niet tijdig bezwaar kon maken. De Raad overwoog dat de termijn aanvangt op de dag na verzending van het besluit en dat appellant onvoldoende bewijs leverde van de late ontvangst. De door appellant genoemde ontvangstdatum was bovendien inconsistent met de datum van verzending van het bezwaar.
De Raad concludeerde dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was en dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk werd verklaard. Het beroep van appellant werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens niet-verschoonbare overschrijding van de bezwaartermijn.