ECLI:NL:CRVB:2014:4157
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding extra vakantie en vaststelling ingangsdatum vergoeding sociale contacten Wubo
Appellant, erkend als burger-oorlogsslachtoffer met blijvende psychische invaliditeit, verzocht in 2012 om vergoeding van extra vakantie en een voorziening voor vervoer voor het onderhouden van sociale contacten met terugwerkende kracht vanaf januari 2011.
Verweerder kende de vergoeding voor sociale contacten toe vanaf 1 augustus 2012, maar wees de vergoeding voor extra vakantie af. Appellant stelde dat de vergoeding voor sociale contacten vanaf 2003 had moeten ingaan, omdat hij destijds door ernstige psychische klachten niet in staat was zelf een aanvraag te doen.
De Raad oordeelde dat geen bijzondere omstandigheden waren die afweken van de hoofdregel dat de ingangsdatum de maand van aanvraag is. De langdurige psychische klachten en leeftijd van appellant vormden geen reden voor afwijking. Ook was appellant in staat om in de periode voor de aanvraag psychotherapie te volgen en declaraties in te dienen.
Ten aanzien van de extra vakantie concludeerde de Raad dat de medische adviezen voldoende zorgvuldig en gemotiveerd waren. Er was geen sprake van een medische noodzaak voor een extra vakantie, noch van een acute psychische decompensatie. Een therapeutische reis werd niet als grond voor vergoeding erkend omdat deze niet het eindpunt van een langdurige behandeling vormde.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de vergoeding voor sociale contacten wordt toegekend vanaf 1 augustus 2012; de aanvraag voor extra vakantie wordt afgewezen.