ECLI:NL:CRVB:2014:4144
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante, voormalig assistent kleuterleidster, ontving vanaf 3 mei 2007 een WAO-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Het UWV trok deze uitkering per 23 november 2011 in, omdat de arbeidsongeschiktheid was vastgesteld op minder dan 15%, gebaseerd op medisch en arbeidskundig onderzoek. Het bezwaar van appellante leidde tot uitstel van intrekking tot 3 juni 2012, na aanpassing van de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML).
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordelend dat het UWV de beperkingen en belastbaarheid correct had vastgesteld en dat er geen medische gegevens waren die dit in twijfel trokken. Appellante voerde in hoger beroep aan dat nieuw medisch onderzoek, waaronder radiologisch onderzoek en reumatologische bevindingen, haar beperkingen onderschreven en dat de FML onvolledig was.
De Raad stelde echter vast dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig en inzichtelijk was uitgevoerd, waarbij ook de nieuwe medische gegevens waren meegewogen. De Raad benadrukte dat de beoordeling betrekking had op de situatie per 3 juni 2012 en dat latere verslechteringen niet relevant waren. De geschiktheid voor de voorgelegde functies was voldoende gemotiveerd. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.