ECLI:NL:CRVB:2014:4082
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid bevestigd
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering te beëindigen per 23 april 2012 wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellante ging in hoger beroep met medische en arbeidskundige gronden, waaronder een opname in een gesloten inrichting en een mogelijke psychotische depressie.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV zich terecht baseerde op een actueel verzekeringsgeneeskundig rapport waarin ook informatie van de huisarts was verwerkt. Het rapport was voldoende gemotiveerd en er was geen sprake van vooringenomenheid of tunnelvisie. De medische informatie die appellante aanvoerde, betrof een latere periode dan de datum van het besluit en was daarom niet relevant.
Verder concludeerde de Raad dat appellante weliswaar beperkingen heeft, maar dat zij in staat werd geacht tot stressarme werkzaamheden passend bij haar mogelijkheden. De arbeidsdeskundige bevestigde dat de geselecteerde functies medisch passend waren. Het hoger beroep werd daarom verworpen en de beëindiging van de WAO-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid.