ECLI:NL:CRVB:2014:4081
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens voldoende verdiencapaciteit ondanks beperkingen
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de beslissing van het UWV om geen Wajong-uitkering toe te kennen, stellende dat zijn lichamelijke en psychische beperkingen zijn onderschat en dat de geselecteerde functies niet passend zijn.
De rechtbank heeft het beroep van appellant ongegrond verklaard, waarbij is vastgesteld dat zowel de psychische als lichamelijke beperkingen adequaat zijn weergegeven in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). De verzekeringsarts heeft gemotiveerd dat er geen aanwijzingen zijn voor psychiatrische stoornissen en dat de diagnose morbide obesitas onvoldoende onderbouwd is om beperkingen te verzwaren.
De arbeidsdeskundige heeft geconcludeerd dat appellant ondanks zijn beperkingen in staat is gangbaar werk te verrichten en meer dan 75% van het wettelijk minimumloon te verdienen. Het opleidingsniveau is overtuigend vastgesteld op niveau 2, en de loonwaarde is correct berekend.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering omdat appellant in staat is meer dan 75% van het maatmaninkomen te verdienen.