ECLI:NL:CRVB:2014:4075
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake hulp bij het huishouden onder Wmo
Betrokkene ontvangt sinds 2008 hulp bij het huishouden op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn had de hulp bij het huishouden in 2013 teruggebracht en later aangepast op basis van nieuwe normtijden, die onvoldoende waren onderbouwd. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en bepaalde dat betrokkene recht heeft op vijf uur hulp per week.
Het college stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening om de uitspraak van de rechtbank te schorsen en het besluit van 26 september 2014 te bevestigen, dat voorziet in 4,5 uur hulp per week. De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen spoedeisend belang was om de uitspraak in de hoofdzaak niet af te wachten, mede omdat het verzoek niet bedoeld is om de hoofdzaak te kortsluiten.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek af en veroordeelde het college tot betaling van de proceskosten van betrokkene. De uitspraak bevestigt dat het college onvoldoende onderbouwing heeft gegeven voor de nieuwe normtijden en dat betrokkene recht heeft op meer hulp dan het college wil toekennen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en het recht op vijf uur hulp bij het huishouden per week blijft van kracht.