ECLI:NL:CRVB:2014:4018
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging WIA-uitkering ondanks psychische beperkingen en medicatiegebruik
Appellante was sinds 22 mei 2009 volledig arbeidsongeschikt en kreeg een loongerelateerde WGA-uitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering per 18 april 2012 omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 35% werd geacht. Appellante maakte bezwaar en ging in beroep tegen dit besluit, stellende dat haar psychische beperkingen en medicatiegebruik onvoldoende waren meegewogen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. De Raad overwoog dat de medische beoordeling, inclusief een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML), adequaat rekening hield met de psychische stoornissen en medicatie van appellante. De door appellante overgelegde aanvullende medische stukken leidden niet tot een ander oordeel.
Ook het argument dat de arbeidskundige onderbouwing van het minimale risico bij de functie productiemedewerker industrie ontbrak, werd verworpen. De Raad vond dat de arbeidsdeskundige rapportages voldoende motivering boden dat de belastbaarheid van appellante niet werd overschreden. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en het verzoek tot schadevergoeding werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WIA-uitkering wegens onvoldoende aannemelijkheid van extra beperkingen.