Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep gegrond en vernietigt het bestreden besluit;
- herroept het besluit van 9 mei 2012 en bepaalt dat de schorsing tot uitbetaling van de
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontvangt sinds 1997 een WAO-uitkering en is sinds 2006 ingeschreven op een briefadres. Het UWV stuurde brieven naar een verkeerd adres, die onbestelbaar retour kwamen. Hierop werd de uitkering per 1 juli 2011 geschorst zonder schriftelijke mededeling aan appellant.
Appellant meldde in april 2012 zijn verblijfplaats en verzocht om herziening van de uitkering. Het UWV besloot per 9 mei 2012 de uitkering weer te hervatten vanaf 1 april 2012, maar weigerde betaling over de schorsingsperiode. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het besluit van 9 mei 2012 een opheffing van de schorsing betreft, maar dat het ontbreken van een besluit tot beëindiging van de uitkering betekent dat het UWV geen juridische grondslag had voor beëindiging. De schorsing moet worden opgeheven met terugwerkende kracht tot 1 juli 2011. Het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd.
De Raad veroordeelt het UWV in de proceskosten en bepaalt dat het griffierecht wordt vergoed. Hiermee wordt de uitkering over de periode van schorsing alsnog betaalbaar gesteld, zonder dat verdere sancties worden opgelegd.
Uitkomst: De schorsing van de WAO-uitkering wordt met terugwerkende kracht opgeheven per 1 juli 2011 en het bestreden besluit wordt vernietigd.