ECLI:NL:CRVB:2014:4013
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant stelde beroep in tegen het besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat hij vanaf 8 augustus 2012 minder dan 35% arbeidsongeschikt was en daarom geen recht had op een WIA-uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
Appellant voerde aan dat het UWV onvoldoende rekening had gehouden met zijn psychische en lichamelijke beperkingen, waaronder een matige depressie, slaapproblemen en artrose aan het linker schoudergewricht. Tevens stelde hij dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) onvolledig was en dat de geselecteerde functies niet passend waren.
De Raad oordeelde dat de rechtbank terecht had vastgesteld dat het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep een deugdelijke en gemotiveerde beoordeling bevatte van zowel de fysieke als psychische beperkingen van appellant. De medische gegevens en het arbeidsdeskundige rapport bevestigden dat appellant arbeid kon verrichten binnen zijn beperkingen. De Raad vond geen aanleiding om het oordeel van het UWV te wijzigen en bevestigde de aangevallen uitspraak. Verzoek tot schadevergoeding en proceskosten werd afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.