ECLI:NL:CRVB:2014:3977
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldig medisch onderzoek bevestigd
Appellante was van januari 2008 tot eind december 2009 werkzaam als senior-secretaresse en ontving vanaf februari 2011 een Ziektewetuitkering wegens een nekhernia. De verzekeringsarts concludeerde op basis van medisch onderzoek dat zij vanaf 2 april 2012 weer geschikt was voor haar werk. Het UWV beëindigde daarop haar uitkering en verklaarde het bezwaar ongegrond.
De rechtbank stelde vast dat er geen aanleiding was om te twijfelen aan de medische beoordeling van het UWV en dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep de medische gegevens adequaat had meegewogen. De behandelend neurochirurg had geen onderbouwd standpunt dat appellante werkonbekwaam was.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de medische beoordeling onvoldoende rekening hield met degeneratieve afwijkingen en dat de belastbaarheid was overschat. De Raad oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was, dat nieuwe medische gegevens niet tot een ander oordeel leidden en dat de functieomschrijving van secretaresse voldoende bekend was.
De Raad bevestigde het oordeel dat appellante per 2 april 2012 haar arbeid kon verrichten en wees het verzoek tot schadevergoeding af. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd daarmee bekrachtigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering per 2 april 2012 en wijst het hoger beroep af.